|
|
De grootste hoeveelheid energie (80%) wordt in de loopbeweging gebruikt voor het horizontaal op en neer bewegen van de benen. Ongeveer 5/10% bestaat uit schok absorptie en 10/15% uit luchtweerstand.
Een klein gedeelte van de energie komt ten goede aan de verticale verplaatsing en voortstuwing.
Het denken over looptechniek is het denken over energiebesparing. Traditioneel wordt gedacht aan stofwisselingsprocessen; hartslagmeting, bloedprikken en pasta eten. Daarbij wordt er van uitgegaan dat de fysiologische variabelen tot grote hoogte
kunnen worden opgetraind.
De looptechniek speelt daar zo goed als geen rol, want men zegt dan dat je dat meekrijgt van je ouders in je genen (persoonlijk) en dat het maar moeilijk trainbaar of meetbaar is.
Te vaak wordt geadviseerd om naar voren te vallen in de loop om zo energie te besparen en de verticale verplaatsing tegen te gaan door de horizon op een hoogte te houden. Lekker doorrollen en afwikkelen via de grote teen. Zo verkrijg je een ronde beweging met een lange pendel en belast je het lichaam het minst.
Zo van de buitenkant lijkt dit ook een logische redenering.
De waarheid is echter volledig anders en is zichtbaar gemaakt door Fransch Bosch en Ronald Klomp in hun boek" Hardlopen, biomechanica en inspanningsfysiologie praktisch toegepast.
430 pagina's over de biomechanica of te wel de binnenkant van het lopen.
Hun conclusie is dat de verticale verplaatsing in de hele loopcyclus heel belangrijk is. Ja, het kost energie maar tegelijk bespaar je bij de andere deelbewegingen van de cyclus energie.
Nog beter als je het goed doet, krijg je energie voor niks.
Hoe werkt het?
Als je bezuinigt op de verticale verplaatsing gaat je bewegingsfrequentie omhoog. Dus zweef je minder en sta je bij iedere pas langer op de grond (lange contacttijd). De voet moet dan een groter traject afleggen om weer in de juiste positie te zijn voor de volgende pas. Dat kost veel energie en gaat vaak ten koste van de romphouding.
Beter is een grote verticale verplaatsing, met korte standfase en korte contacttijden en een lange zweeffase (lopen doe je in de lucht!).
De bewegingsfrequentie kan dan laag blijven en de benen hebben een geringe pendel bij de afzet. Het kost dan minder energie om te lopen.
Als je nou bij een grote verticale verplaatsing met een korte standfase de uitvoering reactief, elastisch zeg maar stuiterend uitvoert dan kan je de energie van de landing hergebruiken bij de volgende afzet.
Het skippybal effect noem ik dat gemakshalve.
Hoe train ik dat?
Dat is niet eenvoudig en zeker niet weggelegd voor Fitstarters en beginnende lopers die twee keer per week trainen (met alle respect dat is heel goed om de conditie te onderhouden maar net iets te weinig voor wedstrijdatleten).
Nee, reactief lopen of te wel stuiteren vereist een exacte timing en is technisch erg moeilijk. Daarnaast moeten de rompspieren en de buikspieren voldoende sterk (getraind ) zijn. Het vereist evenwichtsgevoel, anticipatie van de krachten die op het lichaam inwerken, gezonde gewrichten en elastische pezen en spieren, goede besturing van voeten en enkels en juiste voorspanning van de spieren.
Dat duurt maanden om dit aan te leren.
Door voorrek of voorspanning zet je de loopspieren onder spanning (een bal onder spanning stuitert en lekke bal boort zich in de grond)
Mijn tips voor een betere looptechniek zijn:
-
Je voet moet in neutrale stand staan voor de landing (daarmee creëer je voorspanning rond de enkel en kan die de energie retourneren). Dat houdt in dat je voet niet moet afhangen (spanningsloos) naar de grond
-
Je bovenlichaam recht op houden ( sterke buikspieren en rugspieren dragen bij tot bekkenkanteling en een goede afzet en een rechte romp)
-
Schaarbeweging in de zweeffase moet fel en lineair zijn om te voorkomen dat het voorste been moet wachten en knie-inzet bij de landing achter standbeen komt (hamstrings zijn spin in het web van de loopbeweging)
-
Voetplaatsing moet hard zijn op de voorvoet (retourneert energie en levert reactieve energie). Dat behoeft gewenning dus langzaan opvoeren die verandering!
-
Bij de landing moeten de knieën minimaal naast elkaar staan; dus geen lange pendel. Makkelijker gezegd dan gedaan.
-
Verkrijg grote verticale verplaatsing.
-
Horen is vergeten; zien is onthouden; doen is begrijpen.
Een goede loper is dus lang in de lucht en kort aan de grond.
De lange afstand groep traint de coördinatie, reactiviteit, elasticiteit en rompstabiliteit al een jaar. Nu pas is vooruitgang zichtbaar.
Het is zeker niet makkelijk om de looptechniek van iedere loper te veranderen. Soms is het zelfs beter dat niet meer te doen omdat dan andere blessures zich aandienen.Belangrijk is wel het juiste begrip te hebben voor loopscholing en looptechniek. Vraag je trainer om uitleg; begrijp de loopbeweging en doe het dan onder zijn begeleiding.
Zie de lange afstandgroep stuiteren over de baan of je vraagt je af waarom ze zo raar huppelen met gestrekte benen, voet neutraal, benen onder het lichaam?
Denk dan aan de biomechanica van het lopen.
Ben Kersbergen
|
|